Handhaving in de springsport

‘We willen de toekomst van onze sport waarborgen’

Het moeilijk kunnen conformeren aan regels en niet altijd op correcte wijze bejegenen van officials. Het lijkt steeds vaker voor te komen in de springsport. Maar hoe komt dat eigenlijk? Waar zitten pijnpunten en hoe houden we de neuzen één kant op, aangezien we allen hetzelfde belang nastreven? We gingen in gesprek over dit lastige onderwerp met vier insiders.

Tekst Peter van Pinxteren Beeld Arnd Bronkhorst

De vier deelnemers

>> Anton Bretveld loopt al ruim zestig jaar mee in de paardensport. Hij heeft zelf wedstrijden gereden en parcoursen gebouwd. Momenteel is hij nog altijd actief als springjury, meestal in de Achterhoek. Dit doet Bretveld ook doordeweeks, met een min of meer vaste groep collega-officials.

>> Antoinet Berkhoff-Garrits is alweer enige tijd werkzaam bij de KNHS. Ze heeft onder meer op de afdeling Topsport gewerkt en is de laatste 3,5 jaar disciplinespecialist springen. Berkhoff rijdt nog actief, net als haar kinderen. Vroeger heeft ze veel lesgegeven en op secretariaten gewerkt, zowel nationaal als internationaal.

>> Roy van den Hoogen is sinds drie jaar voorzitter van het KNHS Springforum en daarvoor lid van het Forum vanuit de regio Utrecht. Hij heeft zes paarden, waarvan drie zelf gefokt, is hobbymatig in de spring- en dressuursport actief en bekleedt ook de functie van springjury.

>> Henk Frederiks springt zelf op internationaal niveau, heeft samen met zijn vrouw een spring-, handels- en trainingsstal en fokt voor de hobby met enkele merries. Op zijn bedrijf worden paarden opgeleid en uitgebracht in de sport voor de verkoop, met de VS als grootste afzetmarkt.

De setting is passend. We zitten aan tafel op het Nationaal Hippisch Centrum (NHC) in Ermelo, met naast ons een springparcours, dat er strak bijligt en waar de laatste hand aan wordt gelegd voor de wedstrijd die komen gaat. Onze gasten zijn Anton Bretveld, Henk Frederiks, Roy van den Hoogen en Antoinet Berkhoff-Garrits (zie ook kader). Jurylid Bretveld kunnen we een zeer ervaren official noemen, Frederiks is op zijn beurt professioneel springruiter, Van den Hoogen is voorzitter van het KNHS Springforum en Berkhoff bekleedt alweer enige tijd de functie van disciplinespecialist springen bij de KNHS. We zitten bij elkaar vanwege ontwikkelingen in de springsport waar we met zijn allen niet vrolijk van worden en vallen daarom direct met de deur in huis:

We hebben regels afgesproken met elkaar. Dit is normaal om een sport draaiende te houden, maar het lijkt in de praktijk steeds lastiger te worden om ons met zijn allen hieraan te conformeren, zodat het ook leuk en werkbaar blijft voor organisatoren, officials en natuurlijk ruiters. Antoinet: “Ik heb best veel contact met juryleden, dus onze officials. Ik merk dat het voor hen steeds moeilijker wordt om op wedstrijd de regels van de KNHS te blijven hanteren, die er zijn om paardenwelzijn, veiligheid en eerlijke sport te waarborgen. Dit omdat er best wat verschillen zitten in wat ruiters willen, organisaties daar vervolgens op een bepaalde manier mee omgaan, waardoor de dynamiek lastig wordt voor officials om op te treden zoals wij dat graag zouden zien. Dit omdat we het belang van die regels inzien en we de toekomst van de springsport willen waarborgen, zodat we deze kunnen blijven beoefenen op een manier waarop we dat met zijn allen willen. Nu komen daar extra uitdagingen bij, die je eigenlijk maatschappijbreed ziet, zoals de wijze waarop we met elkaar omgaan.” Anton: “Ik heb natuurlijk heel veel veranderingen voorbij zien komen in al die jaren. We werken met levende dieren en hoeven maar om ons heen te kijken wat er gebeurt.

Anton: ‘Ik heb natuurlijk heel veel veranderingen voorbij zien komen in al die jaren’

We worden door een vergrootglas bekeken en dat is denk ik onze grootste zorg. Hoe blijven wij rijden op een paard en hoe vertalen we dat naar mensen die daar eigenlijk tegen zijn? Dat is een gezamenlijke uitdaging voor ruiter, official, wedstrijdorganisatie, KNHS en de FEI, en we hebben daarin dus een gemeenschappelijk belang.” Henk: “Ik denk dat hier in het chique Nederland er maar een klein groepje echt tegen paardensport is. De gemiddelde Nederlander heeft niet zoveel met de paardensport en weet er niet veel vanaf. In mijn ogen moeten we meer tegengas geven en op een normale manier meer uitleggen wat we aan het doen zijn. Welzijn staat duidelijk voorop en we hebben het beste voor met onze dieren. Als wij niet goed voor ze zorgen, zullen ze niet voor ons gaan sporten, kunnen ze zich niet ontwikkelen en kunnen wij ze ook niet verkopen.”

Maar als we het dan onderling elkaar niet makkelijk maken, helpt dat ook niet mee. Hoe is jouw gevoel hierbij? Henk: “Als we denken dat het niet goed gaat, hebben we in Nederland de neiging om meer regels te verzinnen. Dat is voor mij niet de oplossing. We moeten goed opletten hoe er gereden wordt en niet waarmee er gereden wordt. Ik maak te vaak mee op concours dat juryleden zich blind staren op één ding, en dat is bitten. Dat is het enige waar ze op letten, terwijl ze het niet durven om aan de bel te trekken als er een keer slecht gereden worden. Dat zou een hele grote stap zijn en ik denk dat er dan meer opgevoed gaat worden.”

Henk: ‘De wedstrijden die wij doordeweeks rijden, hebben eigenlijk niks met wedstrijdsport te maken’

Wat je schetst klinkt plausibel, maar is ook deels subjectief. Waar leg je de grens voor een jury om te zeggen dit is acceptabel en dit is slecht? Anton: “Als het echt gevaarlijk wordt, grijpen we in. Ik denk dat we dat twee tot drie keer per seizoen doen. Maar dat kun je niet door even te bellen terwijl zo’n combinatie onderweg is. We benaderen de ruiter na afloop om aan te geven dat het zo niet kan. Als ik een gele of rode kaart kon geven, zou ik zo’n ruiter een gele kaart geven. En ik denk dat als je er in een seizoen twee of drie verzamelt de meesten wel zullen denken ‘nu wordt het toch tijd dat ik hier wat mee ga doen’. Henk heeft het over uitbellen, maar dat is wel heel rigoureus.” Roy: “Ik denk dat als welzijn of veiligheid in het gedrang komt, je altijd aan de bel moet trekken, wat Henk zegt. We snappen ook dat het gesprek dat je dan met zo iemand voert lastig is, maar ik denk dat er heel veel waardering is als je dat wel doet. Als we dat als officials niet met zijn allen doen, is onze sport wel klaar, vrees ik. Juist een exces, dat ene van de 300 combinaties op een wedstrijddag, maakt waarom diezelfde wedstrijddag niet zo positief eindigt als deze had kunnen eindigen.” Henk: “Ik haalde de bitten al aan, want ik kan als ruiter niet veel met het huidige bittenreglement. Daar zit voor mij een punt dat onnodig discussie oplevert. In plaats van zulke regels moet er gewoon meer opgevoed worden, tenminste dat vind ik. De basis moet goed zijn bij ruiters en we mogen best weer meer stijlrubrieken organiseren. Het begint onderaan en ik hoop dat daar wat meer naartoe gestuurd wordt en dat we niet nog meer regels gaan verzinnen.” Antoinet: “We streven zeker naar minder regels en meer bewustwording. Het bittenverhaal dat je vertelt, snap ik. Anderzijds hebben we ook te maken met mensen die geen idee hebben over wat ze in de mond van het paard hangen.”

Roy: ‘Juist dat ene exces maakt waarom een wedstrijddag niet zo positief eindigt als deze had kunnen eindigen’

Henk: “De groep professionele ruiters weet dat heel goed. Ik ga af en toe naar De Peelbergen en dan doen we een Pro Tour. Dat is een weekend lang oefenspringen. Daar hanteren ze het FEI-reglement en zie ik geen gekke dingen gebeuren.” Antoinet: “Als je het FEI-reglement voor de hele breedtesport gebruikt, ook voor de pony’s en de beginnende ruiters, die soms geen idee hebben van wat of hoe ze iets moeten gebruiken, vinden we dat welzijnstechnisch niet wenselijk.” Henk: “Die regels zijn dan toch niet het probleem, maar degene die rijdt.” Antoinet: “Als bond voelen wij een duidelijke verantwoordelijkheid voor het waarborgen van paardenwelzijn en om kennis hierover met onze achterban te delen, van beginnende tot gevorderde ruiter. Beginnende ruiters moeten leren hoe ze op een verantwoorde en paardvriendelijke manier kunnen rijden. Daar is de KNHS ruiteropleiding helemaal op ingericht.”

Hoe er onderling met elkaar wordt omgegaan verdient blijkbaar niet altijd de schoonheidsprijs als een official iets zegt. Hoe ervaar je dat Anton? Anton: “Het is wel vaak een wisselwerking, vind ik. Hoe benader ik iemand als official en hoe benadert een ruiter een official? Ik weet van te voren wel wat voor vlees we in de kuip hebben. Wij hebben een groepje officials waar we veel mee samenwerken en wij kijken altijd naar ‘wat is de ruiter nu aan het doen?’ en houden daar rekening mee.

Anton: ‘Als het echt gevaarlijk wordt, grijpen we in. Ik denk dat we dat twee tot drie keer per seizoen doen’

Henk, jij geeft aan: ‘Je moet het meer aan ons professionals overlaten. Indien een paard fris is, moet je bijvoorbeeld even een hulpteugel kunnen gebruiken bij het losrijden.’ Maar wat als een ruiter zo’n hulpmiddel wel verkeerd gebruikt? Wat doe je dan? Is er überhaupt zelfcorrigerend vermogen tussen de springruiters? Henk: “Ik weet heel goed dat ruiters die dat doen er in principe op worden aangekeken en worden aangesproken. Maar wij missen daarbij wel vanuit de ruiters de ondersteuning van de juryleden. Dat er in een Grote Prijs eens een keer aan de bel getrokken wordt als dat nodig is, of dat een steward op het voorterrein zegt: ‘Dit willen we niet zien, spullen pakken en naar huis.’ Maar dat heb ik in al die jaren nog nooit meegemaakt.” Roy: “Dat van een hulpteugel is een mooi voorbeeld. In de optimale situatie zou je willen dat iedereen vanuit welzijnsoogpunt een beslissing maakt die beter is voor het paard, onafhankelijk van het harnachement. Maar wat gebeurt er tegenwoordig? De official die het reglement hanteert en het hulpmiddel verbiedt, zoals we dat met zijn allen hebben besloten, is de pineut bij een ruiter. Maar hoe leg je het dan uit als we zeggen, ‘Henk is professional en mag dit paard rijden met een hulpteugel in de 1.00 meter rubriek, maar die ander die net zijn vijfde wedstrijdje rijdt, mag dat niet?” Henk: “Dat is inderdaad niet uit te leggen. Ik ga ook niet springen met in dit geval een slofteugel, maar denk dat de juryleden die het meest terugvallen op de regels, tenminste zo ervaar ik het, zelf niet gereden hebben.” Antoinet: “In principe hebben alle juryleden een achtergrond in het rijden. Dat is onderdeel van de toelatingseisen voor de opleiding tot jurylid.” Henk: “Misschien moeten we ook verschil gaan maken op welke evenementen we die regels toepassen. De wedstrijden die wij doordeweeks rijden, hebben eigenlijk niks met wedstrijdsport te maken. Dat is trainen voor ons.”

Henk: ‘Ikzelf heb zeker respect voor de officials. Ik ga ook graag de discussie met hen aan’

Antoinet: “Voor de professionals zijn de wedstrijden doordeweeks veelal om te trainen, maar er rijden ook amateurs mee op die wedstrijden, die het wel als wedstrijd zien.” Henk: “Die moeten dan ook weten dat dat niet de sport is. De wedstrijdsport is in het weekend. We moeten in mijn ogen de reglementen toepassen op kampioenschappen en categorie 1 en 2 wedstrijden, waar prijzengeld verdeeld wordt en extra rubrieken zijn. Als je dan de boel niet voor elkaar hebt, weet je dat je daar niet naartoe hoeft te gaan. Dan ga je de andere wedstrijden, de doordeweekse wedstrijden, onder een andere categorie plaatsen als zijnde trainingsconcours zonder winstpunten. En dan zoeken we echt niet naar het meest scherpe bit. Juist niet, want ook ik heb liever een paard dat met een simpel bitje te rijden is. In zo’n paard is ook eerder interesse. We willen wel kilometers kunnen maken en daar zijn dat de fijne concoursen voor. En dan wel dat het allemaal onder de KNHS-vlag valt. Dat is altijd prettig, zodat je geen wilde wedstrijd houdt. Maar dan ben je wel vrijer om bijvoorbeeld het FEI-reglement te hanteren.” Roy: “Ik begrijp alleen niet dat dat per se wedstrijden moeten zijn. Kijk naar de grotere commerciële accommodaties. Waarom wordt er op dinsdag en woensdag niet gewoon oefengesprongen? Dan staat er een volledig parcours, het wordt allemaal een beetje gefaciliteerd, je hebt geen KNHS-officials nodig en op vrijdag, zaterdag en zondag organiseer je vervolgens een mooie wedstrijd.

Antoinet: ‘De insteek van de regels rondom harnachement is hoe dan ook simpeler en minder’

Waarom hebben we daar een middenweg in? Dat we toch met KNHS-officials een oefenwedstrijd willen organiseren, waarin we wel een klassement opmaken en prijzengeld uitreiken? Ik snap dat niet. Je geeft zelf al aan; ik wil graag een oefenrondje rijden op een fijne accommodatie met een mooi parcours en een beetje gefaciliteerd worden.” Henk: “Ik snap dat eigenlijk ook niet. Ik ben hier op het NHC een paar keer geweest bij het oefenspringen. Dat beviel goed. Wel mis ik soms bij een oefenparcours de structuur. Het is er niet helemaal voor elkaar en er lopen net te weinig mensen. Of dan komt een andere persoon weer binnen met een vrachtwagen vol en moet alles weer naar beneden. Dat is wel het verschil als er een wedstrijd georganiseerd wordt. Maar ik ben het met je eens. Ik sla liever de BB over, huur ergens een bak en ga een aantal keer oefenen. Dan zijn paarden wel klaar om een keer een 1.00m of 1.10m-parcoursje te lopen.” Antoinet: “We moeten niet vergeten dat er doordeweeks ook amateurs meerijden en die groep wil niet alleen maar oefenspringen, wel graag een wedstrijd met winstpunten.” Henk: “Zijn die professionals en amateurs te splitsen?” Antoinet: “Momenteel niet.” Er is al vaker onderzoek gedaan naar het splitsen van de professionals en amateurs, maar een duidelijke splitsing maken waarbij je ook nog een mooie wedstrijd overhoudt, is moeilijk. Anton: “Als het alleen een oefenwedstrijd is, komt die gewone ruiter daar misschien een keer naartoe en dan houdt het op. Je wil als organisatie wel de dag vol hebben. We hebben zelf een vereniging dus ik weet hoe het bij ons werkt. Een wedstrijd organiseren met 150 ruiters wil je best een keer doen of misschien twee keer, maar de derde keer zeg je, ‘jongens dit gaat niet door want we komen amper uit’.”

Roy: ‘Het speelveld is best lastig, omdat amateurs en professionals door elkaar heen lopen’

Henk, je gaf zojuist aan dat je denkt dat veel juryleden zelf amper wat gereden hebben. Is er wel genoeg respect en waardering voor de officials binnen het ruitergilde? Wat is jouw ervaring daarmee? Henk: “Ikzelf heb zeker respect voor de officials. Ik ga ook graag de discussie met hen aan. Als ik ergens wat van vind, vertel ik het altijd en dan moeten ze ermee doen wat ze willen. Ik zal nooit ruzie maken, geef alleen aan wat ik vind. Ik denk alleen dat er te veel gekeken wordt naar hetgeen dat we gebruiken in plaats van hoe we het gebruiken. Ik snap tegelijkertijd dat het moeilijk is daar regels voor te maken. Soms zijn we in mijn ogen meer met regels hanteren bezig dan echt met welzijn, al snap ik nogmaals dat dit een hele lastige discussie is. Misschien is er wel een belangrijk stuk weggelegd voor de fokkerij. We moeten goed te rijden paarden blijven houden. Het is naar de buitenwereld uiteindelijk niet uit te leggen als we een hele grote hackemore met daarin nog een ophaaltrens nodig hebben. Ik snap dat heel goed.” Antoinet: “Wat betreft harnachement zijn Roy, ik en de rest van het Springforum aan het bekijken, ‘wat kunnen we nu?’, ook vanuit wetenschappelijke basis. Best veel gaat nog op gevoel en is onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. De insteek van de regels rondom harnachement is hoe dan ook simpeler en minder.”

Roy: ‘Er hoeft helemaal geen strijd te zijn. Je doet het samen op zo’n wedstrijddag’

Roy: “We maken gebruik van een werkgroep met externe specialisten, waaronder gedragswetenschappers, over hoe we met welzijn om moeten gaan ten opzichte van harnachement. Dan komt naar voren dat wetenschappelijk onderzoek drie tot vijf jaar kan duren. Daar willen we wel op inzetten, maar als je kijkt vanuit welzijnsperspectief zullen we toch ook eerder keuzes moeten maken. Hoe dan ook moet er altijd een balans zijn tussen de handvatten die je geeft aan een official en de ruimte die je biedt aan de sport zelf.” Anton: “Dat is een probleem dat zich op een gewone wedstrijd nog wel eens aandient. Henk komt bijvoorbeeld bij mij en zegt, eergisteren heb ik daar gereden en mocht het wel. Maar dat was dan een FEI-wedstrijd waar 1.20m werd uitgeschreven en vervolgens kom je op een KNHS-wedstrijd en mag hetzelfde niet. Dan zeg ik ook, ‘leg het vanaf 1.20m terug naar de FEI-regels.’ Want anders ontstaat daar weer die frictie.” Roy: “Als je mij drie of vier jaar geleden had gevraagd: ‘Moet alles volgens het FEI-reglement en moeten we het allemaal versimpelen?’ Dan had ik 100% ja gezegd. Als ik nu echter kijk waar we als KNHS staan rondom het thema welzijn, - en dan wil ik niet de FEI in de voet schieten, maar ik ga het wel een beetje doen -, denk ik dat wij voorop lopen en dat we moeten voorkomen dat we te veel in de lijn van de FEI meegaan. Ik denk dat we eerder beperkender moeten zijn, dan dat we ruimer moeten gaan. Ik denk niet dat er veel dingen afgeschaft moeten worden, maar we moeten elkaar wel eerlijk aankijken en ons afvragen: Vinden wij het normaal dat een hackamore met een pelham gecombineerd wordt? Is dat wat we willen laten zien als paardensport? Of moeten we zeggen, binnen waar we als KNHS voor staan, we gaan dat niet meer doen, en vinden dat juist niet normaal?” Henk: “Maar dat gaat ook verdwijnen. Dat kan niet anders, want het is niet meer te verkopen. Vanuit de fokkerij wordt ook gewerkt om paarden te fokken die van nature hun werk makkelijk kunnen en willen doen. Daar begint het mee. Paarden die niet willen, daar moeten we gewoon niet mee sporten. Daar mag iedereen van doordrongen zijn.”

Antoinet: ‘Als paardensportbond moeten we welzijn, veiligheid en eerlijke sport voorop stellen’

Er is het nodige gepasseerd over waar er frictie kan ontstaan en waar uitdagingen liggen. Wat zouden we vanuit de KNHS nog willen meegeven? Antoinet: “Ik denk dat bij alles wat we met elkaar hebben afgesproken, het allemaal niet in beton is gegoten. Er is echt wel ruimte om over dingen na te denken, maar wel met een aantal aspecten waar we aan vast willen houden. Als paardensportbond moeten we welzijn, veiligheid en eerlijke sport vooropstellen. We kunnen wel met elkaar kijken hoe we dingen anders kunnen inrichten. Die mogelijkheid is er. We hebben niet voor niks het KNHS-springforum. Vanuit iedere KNHS-regio zit er iemand in het Forum en als er ideeën of gedachten zijn over welke kant het op zou moeten, dan zou het fijn zijn als het daar terechtkomt en wordt besproken.” Roy: “Het Forum is de plek om dit soort veranderingen door te voeren en dat doen we echt met de sport samen. Wel altijd in het achterhoofd houden dat het wikken en wegen blijft, tussen welzijn, harnachement en veiligheid. Het speelveld is best lastig, vooral omdat je amateurs en professionals hebt die door elkaar heen lopen en daarnaast is er vanuit de instroom veel vraag naar de lagere rubrieken. Je moet vaak sturen naar een bepaalde middenweg. Ik denk niet dat we altijd naar de KNHS moeten kijken, als een soort van ‘daar hebben we steun van nodig’. Ik denk dat officials, ruiters en wedstrijdorganisaties heel goed in staat zijn het gezamenlijk te doen op zo’n wedstrijd, en elkaar zo moeten waarderen. Een official is zonder twijfel aanwezig om het beste te doen voor het paard, de ruiter en wedstrijdorganisatie en dat geldt andersom net zo voor ruiter en wedstrijdorganisatie. Er hoeft helemaal geen strijd te zijn. Je doet het samen op zo’n wedstrijddag.” <